Vandaag kwam de NOS langs voor een interview over microwoningen. Microwoningen zijn in opkomst in Nederland kopt de Volkskrant. In het artikel beschrijft de Volkskrant dat er een toename is in het aantal woningen gebouwd voor alleenverdieners. De NOS wou graag weten wat de voor en nadelen zijn van deze ontwikkeling. Verslaggever Bart Kamphuis interviewde Joren van Dijk over het onderwerp.

 

Microwoningen zijn woningen met een oppervlakte onder de veertig vierkante meter. Microwoningen worden vooral ontwikkeld in de grote steden in Nederland. Het zijn woningen bedoeld voor éénpersoons huishoudens. Door stijgende woonlasten kunnen alleenverdieners vaak in de grote steden met moeite een woning vinden passend bij hun budget – met name als het starters betreft op de woningmarkt. Ontwikkelaars hebben hiervoor iets gevonden inde vorm van een kleinere woning. Zo’n woning, laat het Volkskrant artikel zien, heeft bijvoorbeeld een leefbaar oppervlakte van ongeveer 25 vierkante meter. Het is doorgaans éénkamerwoning met een kleine badkamer en een kleine keuken. De éénkamerwoning betekent creatief inrichten als je niet in een slaapkamer wilt wonen. Oplossingen variëren van losse partities die worden aangebracht tot bedden die opvouwbaar of opklapbaar zijn.

 

 

Microwoningen worden in Nederland al gebouwd sinds de jaren zeventig. We noemen deze woningen tot nu toe alleen niet microwoningen maar studentenwoningen. In Nederland hebben we daardoor ook al lang ervaring met deze woonvorm. Ook in termen van ontwerp zijn de microwoningen erg lijkend op de laatste generatie studentenwoningen. De woningen die studentenhuisvester DUWO op dit moment bijvoorbeeld bouwt in Delft zijn in oppervlakte, materialisering, ontwerp en bouwconstructie enorm lijkend op de constructie van de microwoningen. Microwoningen zijn bouwkundig gezien dus niet een nieuw fenomeen. Nieuw is wel de ontwikkeling dat het investeren in deze kleine woningen financieel realistisch is geworden voor de vrije sector.

 

De ontwikkelaars presenteren de microwoningen als een oplossing voor een behoefte in de markt. Dat is framing vanuit een positieve invalshoek – en vanuit economisch oogpunt ook natuurlijk waar. We kunnen ook een negatievere invalshoek nemen. In dat geval kunnen we stellen dat de bewoner van een microwoning simpelweg geen andere keus heeft als hij betaalbaar wil wonen binnen de ring van Amsterdam. Immers: in bijvoorbeeld Amsterdam kan de wachttijd voor een sociale huurwoning al snel tien jaar zijn. Zelfs als een starter zich inschrijft tijdens de start van zijn opleiding is het niet mogelijk om voldoende inschrijftijd op te bouwen om een woning te betrekken op het moment van afstuderen. Vrije sector woningen beginnen doorgaans bij een huur van rond de 850 euro. Bij een netto inkomen van 1800 euro gaat dan al snel meer dan de helft van het besteedbaar inkomen op aan woonlasten. Dat is voor veel mensen niet acceptabel.

 

De microwoning in het artikel van de Volkskrant heeft een huur van 533 euro voor dertig vierkante meter. Deze huur is wel betaalbaar. De microwoning vult zo het tekort aan sociale huurwoningen aan – maar ten koste van de beschikbare leefruimte voor de bewoner. Voor zowel de positieve als de negatieve invalshoek is wat te zeggen. Dat maakt dit een maatschappelijk relevant fenomeen – en daarom kwam de NOS bij ons voor de mening van een deskundige.

 

Wij kijken naar de effecten van microwoningen op haar bewoners vanuit onze kennis over de effecten van ruimtelijke en sociale dichtheid (zie kader rechts). De kennis hieromtrent kan als volgt worden samengevat.

 

Een verhoogde dichtheid leidt sneller tot:

  • Negatieve emoties, opwinding, stress.
  • Minder aantrekkelijk vinden van mensen en plekken. Dit geld meer voor mannen dan voor vrouwen.
  • Terugtrekgedrag en lagere hulpvaardigheid.

 

Daarbij is er enigszins bewijs dat dichtheid vaker kan leiden tot ziekte en ongelukken en vaker leidt tot meer agressiviteit, vooral bij mannen.

 Ruimtelijke en sociale dichtheid zijn twee verschillende vormen van dichtheid:

  • Sociale dichtheid is: toename of afname van het aantal mensen in de ruimte, waarbij oppervlakte constant wordt gehouden.
  • Ruimtelijke dichtheid is: toename of afname van de oppervlakte van ruimte, waarbij het aantal mensen in de ruimte constant wordt gehouden.

Hier gaat het vanuit de woning om een toename van ruimtelijke dichtheid (minder vierkante meter), en vanuit het gehele wooncomplex en de wijk om een toename van de sociale dichtheid (meer mensen per wooncomplex).

 

Zo bekeken zijn de effecten van een hogere dichtheid niet zo positief. Maar er is ook een andere zijde aan het verhaal. Onderzoek onder forenzen laat zien dat als mensen zich van te voren bewust zijn van de hoge ruimtelijke of sociale dichtheid, de negatieve effecten veel minder aanwezig zijn. Mensen kunnen zich dan voorbereiden op de nieuwe situatie. Dit is o.a. onderzocht in het openbaar vervoer: mensen die in een trein zitten waar het gedurende de rit drukker wordt ervaren meer problemen van de toegenomen sociale dichtheid dan mensen die halverwege in een drukke trein instappen. Een  toegenomen gevoel van controle  over de situatie heft de negatieve effecten van dichtheid wat op bij die mensen die halverwege de rit instappen.

 

Ook de mate waarin mensen behoefte hebben aan stimulering verschilt. Sommige mensen hebben ook vaker een voorkeur aan een wat drukkere woonsituatie, met veel prikkels en waar veel gebeurt. De hogere dichtheid kan hierin voorzien. Het komt ook voor dat mensen echt een behoefte hebben aan kleine ruimtes en dit actief opzoeken. Dit kan bijvoorbeeld omdat ze een groot huis niet duurzaam vinden of omdat ze de ervaring van een kleine woning als knus of gezellig ervaren. Een voorbeeld van het bewust opzoeken van kleine woningen is de tiny houses beweging. Voor veel bewoners van deze kleine huisjes is ervaring van een kleine ruimte niet stress opwekkend, omdat ze de ruimte niet zien als een bedreiging. De negatieve gevolgen van de hoge ruimtelijke dichtheid blijven dan uit. Dit komt uiteraard ook omdat de kleine huisjes doorgaans mobiel zijn – en daardoor in omgevingen staan omringd met natuur.

 

 Bottom line: de mate waarin mensen zelf vrije keus hebben om in een kleine ruime te gaan wonen is belangrijk.  In situaties waar deze vrije keus ontbreekt treden de negatieve gevolgen van de hoge dichtheid op. We kunnen wel met architectuur de negatieve gevolgen ietwat verzachten. Hiervoor zijn veel interieurtechnieken beschikbaar. Bijvoorbeeld doen we dit met behulp van hele hoge plafonds, grote ramen, veel licht, spaarzame inrichting met hulpmiddelen voor het reduceren van rommel, spiegels, materialen met hoge reflectiewaarden, spaarzaam gebruik van tapijt of kleden, toepassen van lichte pastel tinten op muren en donkere tinten op plafonds.

 

 

Heeft u naar aanleiding van dit bericht een vraag of opmerking? Wij horen het graag en komen binnen een dag terug met een antwoord.